Over energiebelasting

Energiebelasting bestaat uit vier delen

  1. De heffing (EB) over het verbruik van gas en elektra.
  2. De opslag duurzame energie (ODE) over het verbruik van gas en elektra.
  3. De heffingskorting of vermindering energiebelasting. Een vast bedrag per jaar, per huishouden, dat in mindering wordt gebracht op de energiebelasting, omdat energie wordt gezien als basisbehoefte.
  4. De btw, 21%.

De belasting wordt in rekening gebracht door de energieleverancier. De energieleverancier draagt het af aan de rijksoverheid.

De zogenaamde ‘regulerende energiebelasting’ bestaat sinds 1996. De wet is opgenomen in Staatsblad 662 van 28 december 1995. De wet voert een energiebelasting in op aardgas, elektriciteit en minerale oliĆ«n. Dit ter vermindering van de uitstoot van kooldioxide en ter bevordering van energiebesparing. De energiebelasting is ingevoerd als onderdeel van de vergroening van het belastingstelsel door de twee paarse kabinetten van destijds.

De introductie van de heffing (EB) was budgetneutraal. Dat wil zeggen dat tegelijkertijd met de invoering van de energiebelasting de inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (VPB) zijn verlaagd, met een bedrag gelijk aan de opbrengst van de energiebelasting.

Per 2013 is de opslag duurzame energie (ODE) ingevoerd. Deze heffing is bedoeld om de investeringen in duurzame energie te stimuleren.

Zowel over energiebelasting (EB) als over opslag duurzame energie (ODE) wordt btw berekend.

Energiefacturen